ECLI:NL:HR:2003:AK8314
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek rente op bijgeschreven bankschuld in inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 102.021. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of de door de bank bijgeschreven rente op een schuld ten laste van de winst mocht worden gebracht.
Het Hof stelde vast dat de rente vanaf 1996 vrijwel zeker niet door belanghebbende zou worden voldaan, waardoor de geldswaarde van die rente op nihil moest worden gesteld. Daarom werd de verhoging van de bankschuld en het ten laste brengen van de rente in de jaarstukken terecht niet geaccepteerd.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk was en dat de middelen tot cassatie niet tot een ander oordeel konden leiden. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard; de rente op de bijgeschreven bankschuld mag niet ten laste van de winst worden gebracht.