ECLI:NL:HR:2003:AL2120
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over aftrek omzetbelasting bij verhuur kantoorpand
Belanghebbende heeft over het vierde kwartaal van 2000 omzetbelasting betaald en verzocht om teruggaaf van een hoger bedrag. Het hof had geoordeeld dat de aftrek van omzetbelasting met betrekking tot een verbouwing van een kantoorpand beperkt moest worden tot 3/10, omdat de belaste verhuur slechts gedurende drie van de tien jaren van de huurovereenkomst mogelijk was. De Hoge Raad stelt vast dat de omzetbelasting die aan belanghebbende in rekening is gebracht voor diensten die in het belastingtijdvak zijn gebruikt voor belaste prestaties, volledig aftrekbaar is, ook als later de verhuur vrijgesteld wordt. De door het hof gehanteerde prorata-regeling vindt geen steun in de wet of de Zesde richtlijn.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en de uitspraak van de inspecteur, en verleent teruggaaf van het volledige bedrag van ƒ 88.619. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep van belanghebbende. Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard.
De zaak betreft complexe fiscale regelgeving omtrent de overgangsregeling in de Wet op de omzetbelasting 1968 en de toepassing van de Zesde richtlijn, waarbij de Hoge Raad verduidelijkt dat aftrek van omzetbelasting niet beperkt mag worden op grond van toekomstig vrijgesteld gebruik.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verleent volledige teruggaaf van de omzetbelasting van ƒ 88.619.