ECLI:NL:HR:2003:AL2122
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en bewijslast bij aannemer woningbouw
Belanghebbende, een aannemer die in vennootschapsverband een bedrijf drijft, bouwde vanaf 1994 een eigen woning waarvan de bouw grotendeels buiten werktijd plaatsvond. De bouwmaterialen ter waarde van f 233.000 werden niet in de bedrijfsadministratie opgenomen. De Inspecteur stelde een boekenonderzoek in en ontving nota's ter inzage voor f 115.000, maar belanghebbende kon of wilde geen nadere informatie verstrekken over de resterende f 118.000 omdat de nota's zouden zijn weggegooid.
De Inspecteur corrigeerde de winst met 10% van het totaalbedrag van f 233.000 en legde een navorderingsaanslag op met een verhoging van 100%, waarvan 75% werd kwijtgescholden. Het Hof Leeuwarden verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, verminderde de aanslag en handhaafde een verhoging van 25%. Het Hof overwoog dat een aannemer rekening moet houden met een vermoeden van voordeel bij materiaalinkoop en dat hij de nota's moet bewaren om dit te weerleggen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof terecht het vermoeden van voordeel aannam en dat belanghebbende dit niet heeft ontzenuwd. Klachten over ongelijke behandeling en onredelijke bewijslastverdeling falen. Ook het oordeel dat belanghebbende grove schuld heeft aan de navordering wordt bevestigd. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de uitspraak van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag met gedeeltelijke verhoging.