ECLI:NL:HR:2003:AL3336
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J.P. Balkema
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitleveringsuitspraak wegens onjuiste verdragsbepalingen en herstelt feitomschrijving
De zaak betreft een cassatieberoep van een opgeëiste persoon tegen een uitspraak van de Rechtbank Breda die uitlevering aan België toelaatbaar verklaarde voor een strafbaar feit. De Hoge Raad onderzoekt de juiste toepassing van verdragsbepalingen in het kader van uitleveringsverzoeken tussen Benelux-landen en de Europese Unie.
De Rechtbank had onterecht artikelen 2 en 12 van het Europees Verdrag betreffende uitlevering (EUV) als toepasselijke verdragsbepalingen genoemd, terwijl volgens het Benelux-uitleveringsverdrag (BUV) artikel 11 van Pro toepassing is. Nederland heeft immers een voorbehoud gemaakt waardoor het BUV voorrang heeft boven het EUV in de betrekkingen met België en Luxemburg.
De Hoge Raad vernietigt de bestreden uitspraak voor zover deze onjuiste verdragsbepalingen bevat en herstelt de feitomschrijving waarvoor uitlevering toelaatbaar is, conform de bijlage bij het uitleveringsverzoek. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Hiermee wordt bevestigd dat het BUV prevaleert boven het EUV tussen Benelux-landen en dat uitlevering slechts kan plaatsvinden voor het feit zoals omschreven in de correcte bijlage.
De uitspraak is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en benadrukt de noodzaak van correcte verdragsinterpretatie en duidelijke feitomschrijving in uitleveringsprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitleveringsuitspraak voor onjuiste verdragsbepalingen en herstelt de feitomschrijving, verklaart uitlevering toelaatbaar onder het Benelux-verdrag.