ECLI:NL:HR:2003:AL6974
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de heffing van toeristenbelasting als percentage van overnachtingsprijs
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een voorlopige aanslag toeristenbelasting opgelegd door de gemeente Haarlemmermeer, gebaseerd op een tarief van zes procent van de vergoeding voor verblijf met overnachting. Na bezwaar en beroep bij het Hof Amsterdam werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de vraag of de heffing van toeristenbelasting als percentage van de overnachtingsprijs in strijd was met artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet, het karakter en de rechtsgrond van de toeristenbelasting, en het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel. Het Hof oordeelde dat de heffingsmaatstaf een objectief criterium is met slechts een indirect verband met het inkomen van de toerist of de winst van het hotel, en dat de belasting voldoet aan de eis dat deze afhankelijk is van de duur van het verblijf en het aantal personen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof en verwierp de middelen van belanghebbende. Ook het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel, artikel 1 Grondwet Pro, artikel 14 EVRM Pro, en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten faalde. De Hoge Raad stelde dat de gemeentelijke wetgever beoordelingsvrijheid heeft om een vast tarief te hanteren, ondanks verschillen in kamerverhuurprijzen.
De Hoge Raad wees een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de heffing van toeristenbelasting als percentage van de overnachtingsprijs.