ECLI:NL:HR:2003:AL8441

Hoge Raad

Datum uitspraak
18 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02293/02
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens niet-naleving formele eisen

De verdachte was in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf, een geldboete en ontzegging van de rijbevoegdheid op.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, vertegenwoordigd door zijn raadsman. De Advocaat-Generaal concludeerde echter tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep omdat niet was voldaan aan de formele vereisten voor het indienen van cassatiemiddelen, met name het ontbreken van een schriftuur binnen de wettelijke termijn.

De Hoge Raad oordeelde dat het faxbericht van de raadsman niet voldeed aan de eisen van een cassatiemiddel omdat het niet duidelijk maakte tegen welke beslissing de klacht was gericht en geen stellige rechtsregel of vormverzuim aanvoerde. Omdat de schriftuur niet tijdig was ingediend, kon de Hoge Raad het beroep niet ontvankelijk verklaren.

Daarom werd het cassatieberoep van de verdachte niet-ontvankelijk verklaard en werd het arrest van het hof bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet voldoen aan de formele eisen en het niet tijdig indienen van een schriftuur.

Uitspraak

18 november 2003
Strafkamer
nr. 02293/02
LR/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 28 februari 2002, nummer 20/000220-01, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats] (Duitsland), zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Maastricht van 14 december 2000 - de verdachte ter zake van "overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete € 450,-, subsidiair achttien dagen hechtenis, met ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden. Voorts is de tenuitvoerlegging gelast van een voorwaardelijk opgelegde straf.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.M.W.H. Bedaux, advocaat te Heerlen, een geschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn cassatieberoep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennisgenomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als bedoeld in art. 437 Sv Pro. Hetgeen in het - niet als schriftuur aangeduide - faxbericht wordt aangevoerd, voldoet niet aan de aan een middel van cassatie te stellen eisen, nu daarin niet is vermeld tegen welke beslissing van het Hof de klacht gericht is en het geen stellige en duidelijk klacht bevat over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toepasselijk vormvoorschrift door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen.
3.2. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.J.M. Davids als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 18 november 2003.