ECLI:NL:HR:2003:AM1466
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel bij forfaitaire onkostenvergoeding sociale verzekeringen
X B.V. maakte beroep tegen besluiten van het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel en Vrije Beroepen betreffende correctienota's en aanvullende voorschotnota's over 1992 en 1993. Na administratieve correcties en bezwaarprocedures bij het Lisv en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, werden de bezwaren ongegrond verklaard. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze besluiten.
X B.V. stelde in cassatie onder meer dat het vertrouwensbeginsel was geschonden en dat de forfaitaire onkostenvergoeding niet als loon mocht worden aangemerkt omdat deze niet altijd overeenkomt met de werkelijk gemaakte kosten. De Hoge Raad oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat dit niet gebaseerd is op de relevante wettelijke bepalingen.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat een forfaitaire onkostenvergoeding niet automatisch buiten het loon valt; de werkgever moet aannemelijk maken dat de vergoeding ter dekking van reële kosten is bedoeld. In deze zaak was het forfait alleen bedoeld om de hoogte per uitgavepost te bepalen, wat geen onjuiste uitleg van de wet inhoudt.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren op 17 oktober 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd.