ECLI:NL:HR:2003:AM3130
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-overdraagbaarheid van S&O-verklaring bij fusie
In deze zaak heeft X B.V. beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, waarin het beroep van X B.V. tegen een besluit van de Minister van Economische Zaken werd afgewezen. De Minister had geweigerd om de tenaamstelling van een S&O-verklaring te wijzigen van A B.V. naar X B.V., ondanks dat laatstgenoemde vennootschap was gefuseerd met A B.V.
Het geschil betrof de vraag of de S&O-verklaring, bedoeld in artikel 24, lid 1, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, overdraagbaar is bij een fusie onder algemene titel. Het College oordeelde dat de Wet een materiële toets voorschrijft en dat de verklaring niet overdraagbaar is, waardoor wijziging van de tenaamstelling niet mogelijk is.
De Hoge Raad overwoog dat het begrip 'inhoudingsplichtige' in artikel 1, lid 1, letter a, van de Wet niet zodanig kan worden uitgelegd dat de gefuseerde vennootschap automatisch gelijkgesteld wordt met het nieuwe lichaam voor de S&O-verklaring. De Hoge Raad bevestigde dat toetsing op dit punt in cassatie niet is toegestaan en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werden geen proceskosten aan de zijde van de wederpartij toegewezen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 24 oktober 2003.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. wordt ongegrond verklaard en de weigering tot wijziging van de tenaamstelling van de S&O-verklaring blijft in stand.