ECLI:NL:HR:2003:AN8169
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding en wijst cassatieberoep af
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1990 een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd zonder verrekening van voorheffingen en met een verhoging wegens niet-tijdige aangifte. Het bezwaar werd door de Inspecteur niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het Hof Amsterdam verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar herzag dit na verzet en verklaarde het bezwaar alsnog ontvankelijk. Vervolgens werd de aanslag verminderd met verrekening van ingehouden voorheffingen.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof. Het middel richtte zich onder meer tegen het niet betrekken van nadere stukken die belanghebbende later had ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof bevoegd was deze stukken buiten beschouwing te laten omdat deze niet betrekking hadden op de gevraagde nadere inlichtingen.
De overige middelen werden niet inhoudelijk behandeld omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het arrest van het Hof.