ECLI:NL:HR:2003:AN8255
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekverlening en verdediging door raadsman bij afwezigheid verdachte
In deze strafzaak was de verdachte niet aanwezig bij de terechtzittingen, terwijl zijn raadsman aanvankelijk wel uitdrukkelijk gemachtigd was om de verdediging te voeren. Op de eerste zitting werd het onderzoek geschorst op verzoek van de raadsman vanwege de afwezigheid van de verdachte.
Op de vervolgzitting verscheen de verdachte wederom niet, en de raadsman verklaarde niet langer uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om de verdediging te voeren. Het hof besloot daarop het onderzoek voort te zetten zonder de raadsman het woord te geven en sprak verstek uit tegen de verdachte.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht het verzoek tot schorsing op de eerste zitting had gehonoreerd en dat de beslissing over verstekverlening pas op de vervolgzitting kon worden genomen. Omdat noch de verdachte noch een uitdrukkelijk gemachtigde raadsman op die zitting verschenen, was het oordeel van het hof om verstek te verlenen juist.
Het cassatieberoep van de verdachte werd verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef. De zaak benadrukt de noodzaak van uitdrukkelijke machtiging van de raadsman om bij afwezigheid van de verdachte te mogen verdedigen.
Uitkomst: Het hof verleende terecht verstek tegen de afwezige verdachte; het cassatieberoep wordt verworpen.