ECLI:NL:HR:2003:AN8293
Hoge Raad
- Cassatie
- W.E. Haak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet tijdig indienen cassatieschriftuur
In deze zaak is het cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem aan de orde. De verdachte heeft niet zelf middelen van cassatie ingediend, noch zijn deze namens hem binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad aangekomen.
De raadsman van de verdachte, mr. J. Boksem, heeft gesteld dat hij de schriftuur tijdig heeft verzonden, maar heeft deze niet aangetekend of per fax verstuurd en heeft zich niet tijdig ervan verzekerd dat de stukken zijn aangekomen. Hierdoor draagt hij het risico dat de schriftuur niet of niet tijdig is aangekomen.
De Hoge Raad overweegt dat de wettelijke termijn van twee maanden strikt is en dat het niet indienen van de schriftuur binnen deze termijn leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die het risico van de raadsman kunnen wegnemen.
Daarom verklaart de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep en wijst het beroep af.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens niet tijdige indiening van de schriftuur.