ECLI:NL:HR:2003:AN9598

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38717
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • P.J. van Amersfoort
  • A.R. Leemreis
  • C.J.J. van Maanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen voorlopige aanslag Ziekenfondswet 2000

Belanghebbende werd voor het jaar 2000 een voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet opgelegd op basis van een premie-inkomen van ƒ 41.200. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat het beroep ongegrond verklaarde.

Belanghebbende stelde daarop beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde een klacht aan tegen de uitspraak van het Hof. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat de klacht niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, aangezien de klacht geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees ook af dat proceskosten aan belanghebbende zouden worden toegekend. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het Gerechtshof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Nr. 38.717
21 november 2003
BK
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 1 juli 2002, nr. BK-01/00153, betreffende na te melden voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet.
1. Voorlopige aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een voorlopige aanslag in de premie ingevolge de Ziekenfondswet opgelegd naar een premie-inkomen van ƒ 41.200, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van de klacht
De klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 21 februari 2003, nr. 36558, BNB 2003/247).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2003.