ECLI:NL:HR:2004:AF7517
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing rioolrechten en toepassing gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende, gebruiker van dertien op de gemeentelijke riolering aangesloten eigendommen, werd voor het jaar 1996 geconfronteerd met een gecombineerde aanslag voor het afvoeren van afvalwater door de gemeente Eindhoven ter hoogte van ƒ 3.204.880. Na bezwaar handhaafde het hoofd van de afdeling Belastingen van de gemeente deze aanslag. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van het hoofd bevestigde.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het Hof. De Hoge Raad behandelde het geschil waarbij de heffing van rioolrechten centraal stond, met nadruk op de toepassing van het gelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De Hoge Raad verwees naar een gelijktijdig gewezen arrest met nummer 37041, waarin dezelfde gronden werden besproken.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van belanghebbende onvoldoende waren om het beroep gegrond te verklaren. Er werden geen redenen gezien om de aanslagen onrechtmatig te achten. Ook werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Het beroep werd derhalve ongegrond verklaard en de heffing van de rioolrechten bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende tegen de heffing van rioolrechten door de gemeente Eindhoven wordt ongegrond verklaard.