ECLI:NL:HR:2004:AN7544
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing verrekening detentie St. Kitts bij Nederlandse Antillen strafuitvoering
Eiser, veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf door het hof van de Nederlandse Antillen wegens feiten gepleegd op St. Kitts, vorderde in kort geding onder meer dat de periode van voorlopige detentie in St. Kitts in mindering zou worden gebracht op zijn straf en dat hij als ingezetene van de Nederlandse Antillen zou worden behandeld. Het gerecht en het hof wezen deze vorderingen af.
De Hoge Raad oordeelt dat het openbaar ministerie verplicht is de opgelegde straf uit te voeren zoals door de rechter bepaald en dat de duur van de straf alleen kan worden verkort door een wettelijke regeling voor vervroegde invrijheidstelling of gratie. Artikel 31 WvSrNA Pro biedt geen grond voor verrekening van detentie in het buitenland zonder uitleveringsverzoek.
Verder is geoordeeld dat geen sprake is van dubbele bestraffing omdat de detentie in St. Kitts voorlopige hechtenis betrof en niet is veroordeeld in St. Kitts. Het hof heeft terecht geen verrekening toegestaan. Ook het beroep op een algemeen rechtsbeginsel faalt.
Ten aanzien van het risico van uitzetting naar St. Kitts met mogelijke doodstraf acht het hof het spoedeisend belang van eiser komen te vervallen na toezegging van het Land dat uitzetting niet zal plaatsvinden. De Hoge Raad bevestigt dat eiser zich tot de rechter kan wenden indien toch verwijdering dreigt.
Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de detentie in St. Kitts niet in mindering wordt gebracht op de straf in de Nederlandse Antillen.