ECLI:NL:HR:2004:AN8586
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beklag tot teruggave inbeslaggenomen geld
In deze zaak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan over een beklag tot teruggave van een groot bedrag aan Italiaanse Lires dat in beslag was genomen in een strafzaak tegen een verdachte die was veroordeeld voor doodslag. Klaagster, de moeder en erfgenaam van het slachtoffer, stelde dat het geld toebehoorde aan haar overleden zoon en dat zij als rechthebbende aanspraak kon maken op teruggave.
Het hof had klaagster niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet als eigenaar of rechthebbende van het geld werd aangemerkt, aangezien het slachtoffer slechts houder zou zijn geweest namens derden. De Hoge Raad oordeelde echter dat het voor het ontvankelijk verklaren van het beklag niet beslissend is of klaagster als eigenaar kan worden aangemerkt, maar of zij heeft gesteld eigenaar te zijn.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor herbehandeling van het beklag op het bestaande klaagschrift. Hiermee werd bevestigd dat klaagster als erfgenaam en rechtsopvolger van het slachtoffer ontvankelijk moet worden geacht in het beklag tot teruggave van het inbeslaggenomen geld.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het beklag.