ECLI:NL:HR:2004:AN9077
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatie in geschil over nietige beëindiging dienstbetrekking en loonvordering
Eiser heeft bij de kantonrechter gevorderd dat de beëindiging van zijn dienstbetrekking per 9 september 2000 nietig wordt verklaard en dat verweerster, Houtbank Roosendaal B.V., hem het bruto maandsalaris en vakantiebijslag betaalt tot een rechtsgeldige beëindiging. De kantonrechter wees de vordering toe, met matiging van de wettelijke verhoging.
Houtbank Roosendaal stelde hoger beroep in bij de rechtbank Breda, waar eiser zijn eis uitbreidde met een vordering tot betaling van loon over 19 niet-genoten vakantiedagen. De rechtbank verklaarde het verzet tegen deze uitbreiding ongegrond en liet partijen bewijs leveren. Na enquête en contra-enquête vernietigde de rechtbank het vonnis van de kantonrechter en wees de vorderingen af.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.