ECLI:NL:HR:2004:AO1331

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/047HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A. Hammerstein
  • P.C. Kop
  • P. Neleman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieverzoek inzake schuldsaneringsregeling na afwijzing rechtbank en hof

Verzoekers hebben zich tot de rechtbank Utrecht gewend met verzoeken om toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees deze verzoeken bij vonnissen van 26 februari 2003 af. Hiertegen stelden verzoekers hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat bij arrest van 10 april 2003 de vonnissen bekrachtigde.

Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde aanvankelijk tot niet-ontvankelijkverklaring, maar bij nadere conclusie tot ontvankelijkheid en verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwees naar artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

Het arrest van de Hoge Raad van 6 februari 2004 bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof, waarmee het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling definitief is afgewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de afwijzing van de verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

6 februari 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/047HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1], en
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. R.G.E. de Vries,
thans mr. R.A. van der Hansz.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verzoekers tot cassatie - verder te noemen: [verzoekers] - hebben zich met afzonderlijke verzoekschriften gewend tot de rechtbank te Utrecht en verzocht de toepassing over de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De verzoekschriften zijn behandeld ter terechtzitting van 25 februari 2003.
De Rechtbank heeft bij twee vonnissen van 26 februari 2003 de verzoeken afgewezen.
Tegen deze vonnissen hebben [verzoekers] met twee op 5 maart 2003 ingediende verzoekschriften hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. Het hof heeft deze twee verzoeken gevoegd behandeld.
Bij een arrest van 10 april 2003 heeft het hof de vonnissen waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek.
De advocaat van verzoekers heeft bij brief van 12 december 2003 op die conclusie gereageerd.
Bij nadere conclusie van 19 december 2003 heeft de Advocaat-Generaal geconcludeerd tot ontvankelijkverklaring van het verzoek tot cassatie en tot verwerping van dat verzoek.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 6 februari 2004.