ECLI:NL:HR:2004:AO1430

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 januari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
1392
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.G. Pos
  • J.C. van Oven
  • C.J.J. van Maanen
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen onteigeningsvonnis gemeente 's-Gravenhage

De gemeente 's-Gravenhage heeft eiser gedagvaard voor de rechtbank met het verzoek om vervroegde onteigening van een perceel dat aan eiser toebehoort, met het oog op ruimtelijke ontwikkeling en volkshuisvesting. De rechtbank heeft bij vonnis van 2 april 2003 de gevorderde onteigening uitgesproken, een voorschot op schadeloosstelling vastgesteld, zekerheid bepaald en deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.

Eiser heeft tegen dit vonnis beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Na schriftelijke toelichting van beide partijen en een conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping, heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen.

De Hoge Raad achtte nadere motivering niet nodig omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

Nr. 1392
30 januari 2004
Za
gewezen in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser tot cassatie,
advocaat: Mr. J.P. Heering,
tegen
de gemeente 's-Gravenhage,
zetelende te 's-Gravenhage,
verweerster in cassatie,
advocaat: Mr. J.A.M.A. Sluysmans.
1. Geding in feitelijke instantie
1.1. De gemeente 's-Gravenhage (hierna: de Gemeente) heeft bij exploit van 10 februari 2003 eiser tot cassatie (hierna: [eiser]) doen dagvaarden voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en in het belang van de ruimtelijke ontwikkeling en van de volkshuisvesting gevorderd vervroegd uit te spreken de onteigening ten name van de Gemeente van het perceel, kadastraal bekend gemeente 's-Gravenhage, sectie [...], nummer [001], plaatselijk bekend als [a-straat 1-2] te [woonplaats], van welke onroerende zaak [eiser] is aangewezen als eigenaar, en bepaling van het bedrag van de schadeloosstelling.
1.2. Bij vonnis van 2 april 2003 heeft de Rechtbank de gevorderde onteigening bij vervroeging uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiser] bepaald, de som van de door de Gemeente voor [eiser] te stellen zekerheid bepaald en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.
2. Geding in cassatie
2.1. [Eiser] heeft tegen het vonnis beroep in cassatie ingesteld.
2.2. De Gemeente heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.3. Partijen hebben vervolgens hun standpunten schriftelijk doen toelichten door hun voornoemde advocaten. De Gemeente heeft gedupliceerd.
2.4. De Advocaat-Generaal Th. Groeneveld heeft op 12 december 2003 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad
verwerpt het beroep,
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 316,34 aan verschotten en € 1365 voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G Pos als voorzitter, en de raadsheren J.C. van Oven en C.J.J. van Maanen, en door de raadsheer A. Hammerstein uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2004.