ECLI:NL:HR:2004:AO1490
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling bij medeplegen mensenroof
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte is veroordeeld voor medeplegen van mensenroof en medeplegen van valsheid in geschrift. Het ten laste gelegde feit betreft het in augustus 1997 over de grenzen van het Rijk in Europa voeren van een minderjarig meisje met het oogmerk haar wederrechtelijk onder de macht van anderen te brengen.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij wegens dwaling ontslagen moest worden van alle rechtsvervolging, omdat hij vóór een arrest van de Hoge Raad uit 2001 de wederrechtelijkheid en strafbaarheid van zijn gedraging niet kon kennen. Het hof verwierp dit verweer, stellende dat verdachte redelijkerwijs had moeten weten dat zijn handelen onder de Nederlandse strafwet viel en dat hij had moeten informeren bij bevoegde instanties.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat voor een beroep op afwezigheid van alle schuld wegens dwaling vereist is dat verdachte aannemelijk maakt dat hij in verontschuldigbare onbewustheid handelde ten aanzien van de ongeoorloofdheid van zijn gedraging. Dit is niet gebleken. Het beroep wordt daarom verworpen en de veroordeling tot elf maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt de veroordeling tot elf maanden gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk.