ECLI:NL:HR:2004:AO1494
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering vennootschapsbelastingaanslag na beroep belanghebbende
In deze zaak is aan belanghebbende voor het jaar 1998 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd van ƒ 3.467.176. Na bezwaar heeft de Inspecteur deze aanslag gehandhaafd, waarna belanghebbende in beroep is gegaan bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een belastbaar bedrag van € 1.512.341.
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen deze uitspraak cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het middel van de Staatssecretaris beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden omdat het Hof op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen.
De Hoge Raad verklaart het beroep van de Staatssecretaris ongegrond en veroordeelt de Staatssecretaris in de kosten van het cassatiegeding, vastgesteld op € 644 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens wordt de Staat aangewezen als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. Het arrest is uitgesproken op 9 januari 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de vermindering van de aanslag door het Hof bevestigd.