ECLI:NL:HR:2004:AO1506
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Indeling hazelnoten in douanetarief na warmtebehandeling bevestigd
Belanghebbende, X B.V., werd geconfronteerd met een beschikking van 4 mei 1999 waarin de indeling van hazelnoten in het douanetarief werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de indeling gehandhaafd en het beroep ongegrond verklaard. In cassatie betoogde belanghebbende dat de hazelnoten vanwege de warmtebehandeling en het vochtverlies verduurzaamd waren en derhalve onder een andere post van de Gecombineerde Nomenclatuur (post 2008) moesten worden ingedeeld.
Het Hof had geoordeeld dat de tekst en toelichting van de GN geen onderscheid maken naar de wijze van drogen en pellen, en dat alleen een verdergaande behandeling dan pellen of drogen, zoals branden of roosteren, tot indeling onder post 2008 kan leiden. De hazelnoten hadden volgens het Hof slechts een warmtebehandeling ondergaan die gericht was op het verwijderen van het vlies en enig vochtverlies, wat onvoldoende is voor indeling onder post 2008.
De Hoge Raad overwoog dat het oordeel van het Hof niet berust op een onjuiste rechtsopvatting en dat de waardering van feitelijke aard in cassatie niet kan worden getoetst. Het beroep in cassatie werd daarom ongegrond verklaard.
De Hoge Raad wees verder op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling en sprak het arrest uit op 9 januari 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de indeling van hazelnoten onder post 0802 van de Gecombineerde Nomenclatuur.