ECLI:NL:HR:2004:AO1751
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.L.M. Urlings
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt onjuiste omzetting jeugddetentie in gevangenisstraf
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam een verdachte veroordeeld voor opzettelijk brandstichten met gemeen gevaar voor goederen en hem een straf van twee weken jeugddetentie opgelegd, die het hof vervolgens verving door twee weken gevangenisstraf. De Hoge Raad oordeelt dat deze omzetting op grond van art. 77k Sr niet mogelijk was omdat de oorspronkelijke uitspraak waarbij de jeugddetentie was opgelegd nog niet in kracht van gewijsde was en het hof niet de rechter was die de straf had opgelegd.
De Hoge Raad benadrukt dat art. 77k Sr pas kan worden toegepast nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden, aangezien het een procedure betreft die ziet op de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen zonder nieuw onderzoek naar de zaak. De vervanging van jeugddetentie door gevangenisstraf door het hof was daarom onrechtmatig.
Daarnaast was de last tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke jeugddetentie gegeven onder een beslissing die nog aan een rechtsmiddel was onderworpen, waardoor de omzetting niet mocht plaatsvinden. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor zover deze omzetting is bevolen en bevestigt dat de verdachte veroordeeld blijft tot de oorspronkelijke jeugddetentie van twee weken.
De Hoge Raad verwerpt het beroep voor het overige en bepaalt dat de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht op de uitvoering van de jeugddetentie. Hiermee wordt de rechtsgeldigheid van de oorspronkelijke straf gehandhaafd en wordt de onjuiste omzetting gecorrigeerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de omzetting van twee weken jeugddetentie in gevangenisstraf en bevestigt de oorspronkelijke jeugddetentie.