ECLI:NL:HR:2004:AO1972
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling kinderalimentatie afgewezen door Hoge Raad
De moeder verzocht bij de rechtbank om vaststelling van kinderalimentatie voor haar kinderen, met ingang van 23 januari 2001, waarbij zij een bedrag van ƒ 1.250,-- per maand voor de dochter en ƒ 625,-- per maand voor de zoon vorderde. De vader betwistte dit verzoek. De rechtbank wees het verzoek toe bij beschikking van 31 augustus 2001. De vader ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat bij beschikking van 30 oktober 2002 de beslissing van de rechtbank bekrachtigde.
De vader stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De moeder verzocht het cassatieberoep af te wijzen en de Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vader geen aanleiding geven tot cassatie, mede omdat deze niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van rechtbank en hof. De beschikking werd gegeven door de raadsheren Aaftink, Beukenhorst en Van Buchem-Spapens en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Hammerstein op 23 april 2004.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vaststelling van kinderalimentatie door lagere instanties.