ECLI:NL:HR:2004:AO2264
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid afleggen eed/belofte getuige en verwerpt cassatieberoep
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De verdachte was in hoger beroep veroordeeld tot zestien maanden gevangenisstraf voor diefstal en poging daartoe, gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Een van de middelen in cassatie betrof de vraag of uit het proces-verbaal van de terechtzitting blijkt dat een getuige de eed of belofte heeft afgelegd. De verdediging stelde dat dit niet het geval was en dat daarom in cassatie moest worden aangenomen dat de getuige noch de eed noch de belofte had afgelegd. De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal wel degelijk uitdrukkelijk vermeldt dat de getuige de eed of belofte heeft afgelegd, zij het zonder specificatie welke van de twee, en dat dit middel daarom geen feitelijke grondslag heeft.
Een tweede middel richtte zich tegen het gebruik door het hof van een bewijsmiddel dat volgens de verdediging een niet bestaande verklaring van de verdachte bevatte. De Hoge Raad constateerde dat het hof kennelijk bij vergissing dit bewijsmiddel tot bewijs had gerekend, maar corrigeerde deze misslag zelf, waardoor de feitelijke grondslag van het middel verviel.
Omdat geen van de middelen slaagde en er geen andere gronden waren voor vernietiging, werd het cassatieberoep verworpen. De uitspraak van het hof bleef daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot zestien maanden gevangenisstraf blijft in stand.