ECLI:NL:HR:2004:AO2301

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/085HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie tegen instelling mentorschap door Hoge Raad

In deze zaak heeft de verweerster een verzoek ingediend bij de kantonrechter om een mentorschap in te stellen ten behoeve van de verzoekster, met benoeming van de verweerster tot mentor. De kantonrechter heeft dit verzoek ingewilligd en een mentorschap ingesteld. De verzoekster heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof, dat de beschikking van de kantonrechter heeft bekrachtigd.

Vervolgens heeft de verzoekster beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof. De Hoge Raad heeft de klachten van de verzoekster onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van het gerechtshof gehandhaafd, waarmee het mentorschap en de benoeming van de mentor definitief zijn bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot instelling van het mentorschap wordt gehandhaafd.

Uitspraak

23 april 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/085HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.A.M. van Bree.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 16 september 2002 ter griffie van de rechtbank, sector kanton, te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot de kantonrechter aldaar en verzocht een mentorschap in te stellen ten behoeve van verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - met benoeming van [verweerster] tot mentor.
[Verzoekster] heeft het verzoek bestreden.
De kantonrechter heeft bij beschikking van 30 september 2002 een mentorschap ten behoeve van [verzoekster] ingesteld en [verweerster] tot mentor benoemd.
Tegen deze beschikking heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 29 april 2003 heeft het hof voormelde beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren D.H. Beukenhorst, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 23 april 2004.