ECLI:NL:HR:2004:AO2624
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor zware mishandeling met voorbedachten rade en poging tot doodslag bevestigd
De verdachte werd in hoger beroep door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens zware mishandeling met voorbedachten rade en poging tot doodslag. Dit arrest volgde op vernietiging van het eerdere vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Utrecht.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Zijn raadsman diende schriftelijke middelen van cassatie in, waarop de plaatsvervangend Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad nam kennis van het commentaar van de raadsman op deze conclusie.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen reden was om ambtshalve het arrest te vernietigen. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling tot 23 maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, in stand blijft.