ECLI:NL:HR:2004:AO2781
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen in civiele geschil tussen BMA Nederland en Lalesse
BMA Nederland, rechtsopvolgster van H&H, vorderde bij de rechtbank Arnhem betaling van een bedrag van ƒ 2.250.000 en subsidiair ƒ 300.000 wegens gederfde marge. Lalesse, de verweerster, bestreed deze vorderingen en stelde een tegenvordering in van ƒ 10.133,23 plus rente. De rechtbank wees de vorderingen in conventie en reconventie af. BMA Nederland stelde hoger beroep in, evenals Lalesse incidenteel hoger beroep. Het gerechtshof Arnhem bekrachtigde bij arrest van 16 juli 2002 de vonnissen van de rechtbank.
BMA Nederland stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde BMA Nederland in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee bleef het arrest van het hof Arnhem ongewijzigd en werden de vorderingen van partijen definitief afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van BMA Nederland wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.