ECLI:NL:HR:2004:AO3147

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38236
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.E.M. van der Putt-Lauwers
  • F.W.G.M. van Brunschot
  • P. Lourens
  • C.B. Bavinck
  • J.W. van den Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag vennootschapsbelasting 1992

In deze zaak heeft A N.V. bezwaar gemaakt tegen een aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 1992. Na vermindering van de aanslag door de Inspecteur tot een belastbaar bedrag van ƒ 7.955.930, heeft belanghebbende beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard, waarna belanghebbende cassatieberoep instelde bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep behandeld en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Ook zijn er geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het Gerechtshof en sluit het geschil af. De uitspraak is gedaan door een kamer van vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president en is op 2 april 2004 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van A N.V. wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam bekrachtigd.

Uitspraak

Nr. 38.236
2 april 2004
FT
gewezen op het beroep in cassatie van A N.V. (voorheen X N.V.) te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 16 januari 2002, nr. P00/3915, betreffende na te melden aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is verminderd tot een aanslag naar een belastbaar bedrag van ƒ 7.955.930.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.
De Advocaat-Generaal Th. Groeneveld heeft op 24 december 2003 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2004.