ECLI:NL:HR:2004:AO3168
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt formele rechtskracht intrekkingsbesluit subsidie ondanks verschillen bestuurs- en burgerlijk procesrecht
De zaak betreft een geschil tussen eiseres, als erfgenaam van de inmiddels overleden betrokkene, en de Gemeente Den Haag over de terugbetaling van ten onrechte ontvangen subsidies ter hoogte van ƒ 112.092,--. De Gemeente had het subsidiebedrag ingetrokken en de rechtbank veroordeelde betrokkene tot terugbetaling, een vonnis dat door het hof werd bekrachtigd.
Eiseres stelde in cassatie dat in de bestuursrechtelijke procedure fundamentele procesrechtelijke beginselen waren geschonden, met name het ontbreken van getuigenverhoor, waardoor een uitzondering op de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit gerechtvaardigd zou zijn. De Hoge Raad overweegt dat de bestuursrechter niet verplicht is getuigen te horen en dat het ontbreken daarvan geen schending van fundamentele rechtsbeginselen inhoudt.
De Hoge Raad benadrukt dat de bestuursrechtelijke procedure voldoende waarborgen biedt en dat verschillen in bewijsregels tussen bestuurs- en burgerlijk procesrecht geen reden zijn om de formele rechtskracht van het bestuursrechtelijke besluit te doorbreken. Het beroep van eiseres wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en de formele rechtskracht van het intrekkingsbesluit wordt bevestigd.