ECLI:NL:HR:2004:AO3547
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie inzake valsheid in geschrift en opzetheling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd vrijgesproken van valsheid in geschrift onder onderdeel 2 van de tenlastelegging en veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan twee voorwaardelijk, voor andere feiten waaronder opzetheling.
De tenlastelegging was onduidelijk omdat deze enerzijds sprak over gebruik van valse of vervalste creditcards, maar anderzijds verwees naar twee gestolen of niet op naam staande creditcards die niet als vals konden worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat het aanbrengen van een valse handtekening op sales-slips niet leidde tot valsheid van de creditcards zelf.
De verdachte stelde dat de redelijke termijn voor behandeling in cassatie was overschreden. De Hoge Raad oordeelde dat ondanks de late indiening van stukken, de zaak binnen zestien maanden werd afgedaan, waardoor geen overschrijding van de redelijke termijn kon worden aangenomen.
De Hoge Raad vond geen reden om ambtshalve te vernietigen en verwierp het beroep. De strafoplegging werd terugverwezen voor passende strafbepaling met betrekking tot de resterende feiten.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep, vernietigt deels arrest en wijst zaak terug voor strafbepaling.