ECLI:NL:HR:2004:AO3642
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting recreatieve woonark van belasting roerende woon- en bedrijfsruimten
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer stelde tegen een belanghebbende aanslagen in de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten voor een woonark met een vaste ligplaats in Aalsmeer. De woonark werd slechts recreatief gebruikt van 1 april tot 1 oktober en was voorzien van basisvoorzieningen zoals kookgelegenheid en w.c., maar geen douche. Na bezwaar handhaafde het college de aanslagen, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de aanslagen en de uitspraak van het college.
Het college stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De kernvraag was of de woonark als permanente bewoning diende in de zin van artikel 221 van Pro de Gemeentewet. De Hoge Raad overwoog dat de wetgever niet de bedoeling had recreatieve woonschepen in deze belasting te betrekken. Het feit dat de woonark feitelijk bruikbaar is voor permanente bewoning was niet beslissend. Het Hof had geoordeeld dat de woonark niet als hoofdverblijf diende en recreatief werd gebruikt conform voorschriften.
De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof niet onjuist, onvoldoende gemotiveerd of onbegrijpelijk en verwierp de klachten. Er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het beroep van het college werd ongegrond verklaard en het griffierecht werd geheven.
Uitkomst: Het beroep van het college in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden vernietigd.