ECLI:NL:HR:2004:AO3806

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 februari 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
02827/03 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • C.J.G. Bleichrodt
  • J.P. Balkema
  • B.C. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 lid 1 WAHVArt. 2 lid 1 WAHVArt. 457 lid 1 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen herziening mogelijk van ongegrondverklaring beroep WAHV door kantonrechter

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een beslissing van de kantonrechter te 's-Hertogenbosch, waarbij het beroep van de aanvrager tegen een beslissing van de Officier van Justitie werd ongegrond verklaard. Het beroep was ingesteld op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) tegen een administratieve sanctie van € 63,-- opgelegd door de OvJ.

De Hoge Raad oordeelt dat de beslissing van de kantonrechter geen einduitspraak is die een veroordeling inhoudt in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Bovendien kent de WAHV geen mogelijkheid tot herziening van dergelijke besluiten.

Daarom kan de aanvrage tot herziening niet worden ontvangen en verklaart de Hoge Raad de aanvrage niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de beperkte reikwijdte van herzieningsmogelijkheden binnen het verkeersrecht en de administratieve sancties van de WAHV.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van een einduitspraak houdende veroordeling.

Uitspraak

17 februari 2004
Strafkamer
nr. 02827/03 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een beslissing van de Kantonrechter in de Rechtbank te 's-Hertogenbosch van 22 oktober 2003, nummer 311407, ingediend door:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De uitspraak waarvan herziening is gevraagd betreft de ongegrondverklaring door de Kantonrechter van het door de aanvrager op grond van art. 9, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) ingediende beroep tegen een beslissing van de Officier van Justitie op het door de aanvrager ingediende beroep tegen een hem opgelegde administratieve sanctie als bedoeld in art. 2, eerste lid, WAHV ten bedrage van € 63,--.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
De aanvrage kan niet tot herziening leiden, omdat de onderhavige beslissing van de Kantonrechter niet is een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv, terwijl de WAHV de mogelijkheid van herziening niet kent. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de waarnemend-griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 17 februari 2004.