ECLI:NL:HR:2004:AO4206
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt indeling sandalen in douanetarief en toewijzing proceskostenvergoeding
Belanghebbende deed op 16 januari 1998 aangifte voor het vrije verkeer van sandalen vervaardigd volgens een speciale techniek, met textielen riemen en klittenbandsluiting, voorzien van een rubberen of kunststof buitenzool met schokdempend materiaal. De Inspecteur classificeerde deze onder post 6404 19 90 van de gecombineerde nomenclatuur (GN), terwijl belanghebbende betoogde dat de sandalen onder post 6404 11 00 (sportschoeisel) moesten worden ingedeeld.
Het Hof oordeelde dat de sandalen niet als sportschoeisel konden worden aangemerkt, mede omdat zij niet waren ontworpen voor sportieve bezigheden en maatschappelijke opvattingen dit bevestigden. Belanghebbende stelde dat het Hof ten onrechte maatschappelijke opvattingen als maatstaf hanteerde in plaats van objectieve kenmerken van het schoeisel.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat de sandalen niet de objectieve kenmerken bezitten die noodzakelijk zijn voor indeling onder sportschoeisel, en verwierp het beroep op maatschappelijke opvattingen als doorslaggevend. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar gegrond was en kende een proceskostenvergoeding toe aan belanghebbende wegens de vertraging in de uitspraak door de Inspecteur.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard voor het toekennen van proceskostenvergoeding wegens te late uitspraak op bezwaar, terwijl de indeling van de sandalen in het douanetarief is bevestigd.