ECLI:NL:HR:2004:AO5052
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over waardering stamrechtverplichting in vennootschapsbelasting
De zaak betreft een geschil over de waardering van een verrekenbaar aanloopverlies in de vennootschapsbelasting van 1989 bij X B.V. De Inspecteur stelde het verlies vast op ƒ 8.422, maar het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde het verlies vast op ƒ 107.280. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de waardering van een stamrechtverplichting die belanghebbende was aangegaan met haar directeur en enig aandeelhouder. De waardering van deze verplichting op de balans per 31 december 1989 was gebaseerd op een actuarieel berekende koopsom met een rekenrente van 4%. De Inspecteur hanteerde een lagere waardering door rekening te houden met een rentestandkorting.
De Hoge Raad oordeelde dat de eerdere jurisprudentie over pensioenverplichtingen voor 1 september 2000 van kracht blijft, maar dat het waarderingsstelsel dat belanghebbende toepaste niet in overeenstemming was met goed koopmansgebruik. Het Hof had zich niet uitgelaten over een subsidiair door belanghebbende verdedigd waarderingsstelsel, zodat de zaak werd vernietigd en verwezen naar het Hof Arnhem voor verdere behandeling.
De Hoge Raad wees tevens af dat proceskosten aan de Staat werden opgelegd en liet de vergoeding van proceskosten voor het Hof aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak terugverwezen voor verdere behandeling.