ECLI:NL:HR:2004:AO5122
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vermogenrechtelijke procedure over ontvangst stuitingsbrief en verjaring geldlening
In deze civiele procedure vorderde IDM Financieringen B.V. betaling van een geldlening van eiser. De kern van het geschil betrof de vraag of een aangetekende stuitingsbrief van 30 december 1992 de eiser daadwerkelijk had bereikt, wat van belang is voor de verjaring van de vordering.
De kantonrechter had de eiser veroordeeld tot betaling, waarbij was aangenomen dat de brief was ontvangen omdat deze juist was geadresseerd en niet was teruggekomen. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het hoger beroep van eiser af, waardoor de vordering werd toegewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting had door te veronderstellen dat een juiste adressering en het niet terugkomen van een aangetekende brief op zichzelf voldoende bewijs vormen voor ontvangst. De Hoge Raad stelde dat de afzender zowel de verzending naar het juiste adres moet bewijzen als aannemelijk moet maken dat de brief tijdig en correct is aangeboden.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad IDM in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof.