ECLI:NL:HR:2004:AO6011

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C02/005HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling tot betaling met rente in civiele vordering

In deze civiele zaak vorderde verweerster, Industrial Design and Development Services B.V., betaling van een geldbedrag vermeerderd met contractuele vertragingsrente van eiser, handelend onder de naam HOAB. De kantonrechter veroordeelde eiser tot betaling van het gevorderde bedrag met rente. Eiser stelde hoger beroep in tegen dit vonnis, maar trok zich tijdens de procedure terug, waarna de rechtbank het vonnis van de kantonrechter vernietigde en eiser veroordeelde tot betaling van een iets lager bedrag met wettelijke rente.

Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het vonnis van de rechtbank. Verweerster was niet verschenen en verstek was verleend. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep van eiser. De Hoge Raad bevestigde daarmee het vonnis van de rechtbank en veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding.

Deze uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van de veroordeling tot betaling van het geldbedrag met wettelijke rente en benadrukt het belang van het volgen van de juiste procedurele stappen in hoger beroep en cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van eiser tot betaling van het bedrag met wettelijke rente aan IDDS.

Uitspraak

4 juni 2004
Eerste Kamer
Nr. C02/005HR
JMH/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelende onder de naam HOAB te Leiderdorp,
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. G.Th.J. Bos,
t e g e n
INDUSTRIAL DESIGN AND DEVELOPMENT SERVICES B.V. (IDDS B.V.),
gevestigd te Katwijk,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: IDDS - heeft bij exploot van 3 november 1999 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de kantonrechter te Leiden en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voorzover de wet zulks toelaat, [eiser] te veroordelen om aan IDDS tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van ƒ 3.544,32, vermeerderd met de contractuele vertragingsrente van 2% per maand over ƒ 2.988,55 ingaande 31 oktober 1999 tot de dag der algehele voldoening.
[Eiser] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 8 maart 2000 [eiser] veroordeeld om tegen kwijting aan IDDS te betalen een bedrag van ƒ 3.544,32, vermeerderd met de overeengekomen rente van 2% per maand over ƒ 2.526,25 vanaf 31 oktober 1999 tot de dag der voldoening, en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij de rechtbank te 's-Gravenhage.
Bij memorie van antwoord heeft IDDS haar eis voorwaardelijk gewijzigd en verminderd door, subsidiair, wettelijke rente te vorderen.
Ter terechtzitting van 3 april 2001 heeft de procureur van [eiser] zich onttrokken aan het geding in hoger beroep; er is geen nieuwe procureur gesteld.
Bij vonnis van 26 september 2001 heeft de rechtbank het vonnis van de kantonrechter vernietigd en, opnieuw rechtdoende, [eiser] veroordeeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan IDDS te betalen een bedrag van ƒ 2.905,19, te vermeerderen met de wettelijke rente over ƒ 2.526,25 vanaf 15 juni 1999, en voor het overige het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de rechtbank heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen IDDS is verstek verleend.
[Eiser] heeft de zaak doen toelichten door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van IDDS begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en E.J. Numann, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 4 juni 2004.