ECLI:NL:HR:2004:AO6333
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen baatbelastingaanslag gemeente De Ronde Venen
In deze zaak is aan belanghebbende in 2000 een aanslag in de baatbelasting opgelegd door de gemeente De Ronde Venen. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens werd het beroep bij het Hof eveneens niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug voor verdere behandeling.
Belanghebbende verzocht daarna om intrekking van de aanslag en het opleggen van een nieuwe aanslag, wat door burgemeester en wethouders werd afgewezen. Tegen deze afwijzing werd bezwaar gemaakt, dat wederom niet-ontvankelijk werd verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij het Hof. Het Hof verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk en wees het verzet af.
De Hoge Raad oordeelt dat de brief van burgemeester en wethouders een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waartegen geen bezwaar of beroep mogelijk is. Het Hof had het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het verzet gegrond moet worden verklaard. Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot intrekking wordt ongegrond verklaard. De Hoge Raad gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het verzet gegrond en het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.