ECLI:NL:HR:2004:AO6336
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid toepassing belastbaar inkomen bij Ziekenfondswet zelfstandigen
De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen het oordeel van het Gerechtshof Arnhem dat haar inkomen voor de Ziekenfondswet 2001 correct is vastgesteld op basis van het belastbaar inkomen, waarbij inkomensbestanddelen zijn toegerekend aan haar echtgenoot.
Belanghebbende stelde dat deze toerekening leidt tot ongeoorloofde discriminatie tussen gehuwden en ongehuwden en tussen gehuwde vrouwen en ongehuwde vrouwen, in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling en internationale verdragen.
De Hoge Raad oordeelt dat de Ziekenfondswet niet in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling omdat deze niet van hogere orde is dan de Zfw. Tevens is niet iedere ongelijke behandeling verboden discriminatie; de wetgever heeft een ruime beoordelingsvrijheid bij het bepalen van objectieve en redelijke rechtvaardigingen.
De Hoge Raad concludeert dat de wetgever met de keuze voor het belastbaar inkomen een doelmatige en uitvoerbare regeling heeft getroffen die niet onredelijk discrimineert. Ook het argument dat de parlementaire geschiedenis een andere uitleg zou rechtvaardigen, faalt.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de beschikking inzake het belastbaar inkomen conform de Ziekenfondswet bevestigd.