ECLI:NL:HR:2004:AO6340
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- J.C. van Oven
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag onroerendezaakbelasting 2001
Belanghebbende werd voor het jaar 2001 een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd door de gemeente Doorn vanwege het gebruik van een recreatiewoning. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde voor zover het de aanslag betrof en zich onbevoegd verklaarde voor het overige, namelijk een weigering tot uitkering van lokale lastenverlichting.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat noch artikel 229d van de Gemeentewet noch enige andere rechtsregel een vermindering van het belastingbedrag met maximaal ƒ 100 verplicht stelt. Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat het Hof terecht onbevoegd was om kennis te nemen van het beroep tegen het besluit over de lokale lastenverlichting, omdat dit geen belastingheffing betrof.
Ook de klacht over het niet toewijzen van proceskosten faalde, aangezien belanghebbende niet had gespecificeerd welke kosten waren gemaakt. De Hoge Raad zag geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Amsterdam bevestigd.