ECLI:NL:HR:2004:AO7020
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelneming criminele organisatie en gewoonteheling
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin hij werd veroordeeld wegens deelneming aan een organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven en het maken van een gewoonte van opzetheling. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte in de periode van november 1997 tot maart 1998 samen met anderen grote geldbedragen had verworven of voorhanden had, waarvan hij wist dat deze uit drugshandel afkomstig waren.
Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde als deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met het binnenbrengen, verkopen en vervoeren van heroïne binnen Nederland. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verdachte onderzocht en geconcludeerd dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden. De Hoge Raad verbeterde de bewezenverklaring waar nodig, bijvoorbeeld door het corrigeren van de formulering van geldbedragen, en bevestigde de kwalificatie van deelneming aan een criminele organisatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de tenlastelegging juist had begrepen en geen reden zag om het arrest te vernietigen. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte tot vier jaar gevangenisstraf in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf wegens deelneming aan een criminele organisatie en gewoonteheling.