ECLI:NL:HR:2004:AO7046
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Beperkte toepassing uitzonderingsbepaling vervoer huishoudelijke afvalstoffen bij sloopafval
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarin verdachte werd veroordeeld wegens het verrichten van binnenlands beroepsvervoer zonder vergunning. Het geschil draaide om de vraag of het vervoer van afvalstoffen bij een woningverbouwing viel onder de uitzonderingsbepaling van artikel 3, tweede lid, onder a, van het Besluit goederenvervoer over de weg, die vervoer van huishoudelijke afvalstoffen vrijstelt van vergunningplicht.
De verdediging voerde aan dat het vervoer van sloopafval zoals puin, hout en gipsplaten onder deze uitzonderingsbepaling viel, omdat het afval afkomstig was uit particuliere huishoudens. Het hof oordeelde echter dat deze bepaling beperkt moet worden uitgelegd en alleen ziet op huishoudelijke afvalstoffen waarvoor de gemeente een wekelijkse inzamelplicht heeft, zoals geregeld in artikel 10.11 van de Wet milieubeheer. Sloopafval valt hier niet onder.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Er is geen grond om het arrest van het hof te vernietigen, aangezien het vervoer van het genoemde sloopafval niet is vrijgesteld van de vergunningplicht en het feit dus strafbaar is gebleven. De uitspraak benadrukt de beperkte reikwijdte van de uitzonderingsbepaling in het Besluit goederenvervoer over de weg.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens het verrichten van beroepsvervoer zonder vergunning wordt bevestigd.