ECLI:NL:HR:2004:AO7336
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Voorkoming dubbele belasting bij uitgezonden militair volgens belastingverdrag Nederland-Joegoslavië
Belanghebbende, woonachtig in Nederland, was in de jaren 1997 en 1998 uitgezonden naar voormalig Joegoslavië als onderdeel van de SFOR-krijgsmacht. Voor deze jaren werden aanslagen inkomstenbelasting opgelegd zonder vermindering ter voorkoming van dubbele belasting. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 15 van Pro het belastingverdrag Nederland-(voormalig) Joegoslavië, met name de vraag of het salaris van belanghebbende ook in Joegoslavië belast mocht worden. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 15, lid 4, waarin specifieke regels voor overheidsbeloningen zijn opgenomen, voorrang heeft boven het meer algemene lid 2. Hierdoor is het salaris uitsluitend aan Nederland toe te wijzen.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de formulering 'mogen worden belast' in het verdrag niet impliceert dat Joegoslavië heffingsbevoegdheid heeft in deze situatie. Omdat Nederland zowel woonstaat als bronstaat is, is er geen verplichting tot vermindering van dubbele belasting op grond van artikel 23 van Pro het verdrag. Het cassatieberoep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het salaris van de uitgezonden militair wordt uitsluitend in Nederland belast zonder vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.