ECLI:NL:HR:2004:AO7710
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt motiveringsrechtspraak omtrent proces-verbaalvereisten in naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd voor de omzetbelasting over de jaren 1996 tot en met 2001. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslagen deels, waarna belanghebbende in beroep ging bij het Hof. Het Hof verklaarde het beroep gegrond en verminderde de aanslag aanzienlijk.
In cassatie richtte belanghebbende zich op twee punten: de motivering van het Hof omtrent het consumptieve element van de telefoonaansluitingen en de vermeende schending van de vormvoorschriften van artikel 8:61 lid 8 Awb Pro met betrekking tot het proces-verbaal. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht het proces-verbaal als bewijs gebruikte en dat de vastlegging van de verklaring van C niet onbegrijpelijk was.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat de nadere voorschriften van artikel 8:61 lid 8 Awb Pro niet van toepassing waren zonder een specifieke last van het Hof om het proces-verbaal voor te lezen, te wijzigen of te ondertekenen. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof bevestigd.