ECLI:NL:HR:2004:AO8020
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling onteigend perceel volgens bestemmingsplan
In deze zaak stond centraal of de waarde van een onteigend perceel moest worden bepaald op basis van de onderstelde verkoop als ruwe bouwgrond, zoals de gemeente stelde, of als woonboerderij ten behoeve van burgerbewoning, zoals eisers tot cassatie betoogden. Het perceel betrof een boerderij die voorheen agrarisch werd gebruikt, maar volgens het bestemmingsplan "Beekseweg-Zuid" was bestemd voor onder meer afschermend groen en industrieterrein.
De Rechtbank had geoordeeld dat het gebruik van de boerderij voor burgerbewoning een grotere afwijking van het bestemmingsplan zou betekenen dan het agrarische gebruik, en dat de waardering daarom moest uitgaan van de bestemming als ruwe bouwgrond. Deskundigen onderschreven deze visie, en de Rechtbank vond dat eisers geen feitelijke bijzonderheden hadden gesteld die een andere waardering rechtvaardigden.
Eisers stelden in cassatie dat de boerderij als woonboerderij moest worden gewaardeerd, maar de Hoge Raad verwierp dit beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de deskundigenvisie en het oordeel van de Rechtbank juist waren en dat de afwijking van het bestemmingsplan bij burgerbewoning groter zou zijn, wat de waardebepaling rechtvaardigt.
De Hoge Raad veroordeelde de eisers tot cassatie in de proceskosten en bevestigde het vonnis van de Rechtbank waarin de schadeloosstelling was vastgesteld op € 591.292,16.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de Rechtbank wordt bevestigd.