ECLI:NL:HR:2004:AO8218

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 april 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
38780
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.G. Pos
  • P.J. van Amersfoort
  • C.J.J. van Maanen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:33 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging van navorderingsaanslagen en kwijtscheldingsbesluiten in inkomstenbelastingzaak

X1 en X2 zijn navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1994 tot en met 1997 met betrekking tot de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van deze aanslagen een verhoging van honderd procent toegepast, waarvan vijftig procent is kwijtgescholden. Na bezwaar heeft de Inspecteur de aanslagen en kwijtscheldingsbesluiten gehandhaafd.

X1 en X2 hebben beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam, dat de zaken heeft samengevoegd. Het Hof heeft het beroep van X1 gegrond verklaard door de kwijtscheldingsbesluiten te vernietigen en de verhogingen te verminderen tot nihil, terwijl de overige aanslagen werden bevestigd. Voor X2 vernietigde het Hof de navorderingsaanslagen voor 1994 en 1995, en gedeeltelijk de aanslag voor 1996, met vermindering van de verhoging tot nihil.

Tegen deze uitspraak heeft de Staatssecretaris van Financiën cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep ongegrond verklaard, waarbij is overwogen dat het verzoek tot het horen van getuigen niet tot cassatie kan leiden en dat de overige middelen geen aanleiding geven tot cassatie. De Hoge Raad heeft geen proceskosten opgelegd en bevestigt daarmee het oordeel van het Hof.

Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het Hof Amsterdam blijft in stand.

Uitspraak

Nr. 38.780
23 april 2004
SD
gewezen op het beroep in cassatie van X1 en X2 te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 25 juli 2002, nr. P01/02313, betreffende na te melden navorderingsaanslagen en aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Navorderingsaanslagen, aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan X1 zijn voor de jaren 1994, 1995 en 1996 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar belastbare inkomens van respectievelijk ƒ a, ƒ b en ƒ c, telkens met een verhoging van de nagevorderde belasting van honderd percent, van welke verhoging de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag kwijtschelding heeft verleend tot op vijftig percent. De navorderingsaanslagen en de kwijtscheldingsbesluiten zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij gezamenlijke uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
Aan X2 zijn voor de jaren 1994, 1995 en 1996 navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar belastbare inkomens van respectievelijk ƒ d, ƒ e en ƒ f, telkens met een verhoging van de nagevorderde belasting van honderd percent, van welke verhoging de Inspecteur bij het vaststellen van de aanslag kwijtschelding heeft verleend tot op vijftig percent. De navorderingsaanslagen en de kwijtscheldingsbesluiten zijn, na daartegen gemaakt bezwaar, bij gezamenlijke uitspraken van de Inspecteur gehandhaafd.
Voorts is aan X2 voor het jaar 1997 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ g, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
X1 is tegen de ten aanzien van hem gedane uitspraken bij één beroepschrift in beroep gekomen bij het Hof.
X2 is tegen de ten aanzien van haar gedane uitspraken bij één beroepschrift in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft de zaken ter behandeling gevoegd. Het Hof heeft het beroep van X1 gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur, voorzover deze de kwijtscheldingsbesluiten betreffen, vernietigd, de toegepaste verhogingen verminderd tot nihil, en de uitspraken voor het overige bevestigd. Het Hof heeft het beroep van X2 gegrond verklaard, de uitspraken van de Inspecteur betreffende de navorderingsaanslagen voor de jaren 1994 en 1995 alsmede die navorderingsaanslagen vernietigd, de uitspraak van de Inspecteur betreffende de navorderingsaanslag voor het jaar 1996, voorzover deze het kwijtscheldingsbesluit betreft, vernietigd en de toegepaste verhoging verminderd tot nihil, en de uitspraken van de Inspecteur voor het overige bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbenden hebben tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben de zaak doen toelichten door mrs. N.B.M. Vink en M. Jansen, advocaten te Amsterdam.
3. Beoordeling van de middelen
3.1. Voorzover middel 3 betoogt dat het Hof, zoals door belanghebbenden verzocht, bepaalde getuigen had moeten horen, kan het niet tot cassatie leiden, omdat de stelling waarvan belanghebbenden bewijs hebben aangeboden hun niet kon baten (HR 13 mei 1992, nr. 27915, BNB 1992/238).
3.2. De middelen kunnen voor het overige evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.G. Pos als voorzitter, en de raadsheren P.J. van Amersfoort en C.J.J. van Maanen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2004.