ECLI:NL:HR:2004:AO8819
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken vordering A-G in cassatiestukken
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam de verdachte in hoger beroep vrijgesproken van diefstal en veroordeeld voor opzetheling tot vier maanden gevangenisstraf. De verdachte stelde cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De verdediging klaagde dat de vordering van de Advocaat-Generaal ontbrak in de aan de raadsman toegezonden stukken, wat volgens hen het onderzoek ter terechtzitting nietig zou maken.
De Hoge Raad oordeelde dat deze klacht geen middel van cassatie vormt omdat zij zich niet richt tegen een rechterlijke handeling in de zin van art. 78 Sv Pro. Bovendien was het cassatieberoep niet tijdig ingediend met een schriftuur houdende middelen van cassatie, waardoor de verdachte niet-ontvankelijk is in het beroep.
De Hoge Raad benadrukte dat indien de strafadministratie of griffier verzuimt om tijdig stukken toe te zenden, de raadsman op verzoek door de rolrechter alsnog een termijn kan worden gegund om aanvullende middelen in te dienen, mits tijdig verzocht. In dit geval was echter niet gebleken dat de raadsman zich in cassatie had gesteld of stukken had opgevraagd.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk en wees het af zonder inhoudelijke beoordeling van de zaak.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.