ECLI:NL:HR:2004:AO9019
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens verzuim bij doorzending beroepschrift in belastingzaak
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1994 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd. Tegen de aanslag werd bezwaar gemaakt, dat door de inspecteur niet-ontvankelijk werd verklaard. Belanghebbende diende vervolgens een beroepschrift in bij het hof, dat echter niet binnen de wettelijk vereiste termijn aan de inspecteur werd doorgezonden.
Het hof handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring, stellende dat het doorzenden van het beroepschrift pas kon plaatsvinden nadat duidelijk was geworden dat het een bezwaarschrift betrof. De Hoge Raad oordeelt dat dit onjuist is: het hof had het beroepschrift binnen twee weken na ontvangst moeten doorzenden, ongeacht wanneer het duidelijk werd dat het een bezwaarschrift betrof.
Omdat het hof het beroepschrift niet tijdig heeft doorgezonden, moet het worden geacht dat het beroepschrift pas na de termijn bij de inspecteur is aangekomen, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring niet kan worden gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling.
Verder veroordeelt de Hoge Raad de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende betaalde griffierechten. De proceskostenveroordeling blijft aan het verwijzingshof.
Dit arrest verduidelijkt de procedurele verplichtingen van het hof bij onjuiste indiening van bezwaar- of beroepschriften en benadrukt de strikte termijnen voor doorzending aan het bevoegde bestuursorgaan.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.