ECLI:NL:HR:2004:AO9022
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over bestemmingswijzigingswinst bij bouw woning op landbouwgrond
Belanghebbende, die in 1996 een agrarisch bedrijf uitoefende in maatschapsverband met zijn zoon, verkocht een perceel bouwterrein van 500 m² op een nieuwe locatie aan zijn zoon. Op dit perceel bouwde de zoon een woning die dienstbaar was aan het landbouwbedrijf, waarbij de bouwvergunning was verbonden aan het bestaan van een volwaardig agrarisch bedrijf.
Het hof oordeelde dat het perceel niet buiten het kader van het landbouwbedrijf zou worden gebruikt, omdat het perceel de ondergrond van de bedrijfswoning vormde. De Inspecteur handhaafde echter een aanslag inkomstenbelasting die was gebaseerd op bestemmingswijzigingswinst.
De Hoge Raad stelt vast dat volgens artikel 8, lid 1, letter b, Wet IB 1964, het bouwen van een woning op landbouwgrond deze grond onttrekt aan het gebruik voor landbouw, ook als het een bedrijfswoning betreft. De omstandigheid dat de woning dienstbaar is aan het bedrijf doet hier niet aan af.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verklaart het beroep van de Inspecteur gegrond, waardoor het beroep tegen de aanslag ongegrond wordt verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt vernietigd.