ECLI:NL:HR:2004:AO9024
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat bouw eerste bedrijfswoning op landbouwgrond leidt tot bestemmingswijzigingswinst
Belanghebbende, samen met zijn broer eigenaar van landbouwgrond, bouwde op een deel van die grond een eerste bedrijfswoning. De grond werd door de bouw onttrokken aan het landbouwgebruik, ondanks dat de woning dienstbaar is aan het landbouwbedrijf en de ondernemer nabij zijn bedrijf woont.
De Inspecteur legde aanslagen inkomstenbelasting en premies op die na bezwaar en beroep bij het Hof werden gehandhaafd. Het Hof oordeelde dat het perceel niet meer dienstbaar was aan landbouwgebruik, omdat niet was gesteld of gebleken dat de bedrijfsvoering vereiste dat de ondernemer nabij het bedrijf woonde.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat onder artikel 8 lid 1 letter Pro b Wet IB 1964 de bouw van een woning op landbouwgrond leidt tot onttrekking van die grond aan landbouwgebruik in eigenlijke zin. Dit oordeel betekent dat de aanslagen terecht zijn opgelegd en het beroep ongegrond is verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.