ECLI:NL:HR:2004:AO9054
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering Westdeutsche Landesbank tegen eiser afgewezen door Hoge Raad
De Westdeutsche Landesbank heeft eiser gedagvaard om betaling van een geldsom in Duitse marken en gulden, vermeerderd met wettelijke rente en BTW, te voldoen. De rechtbank wees de vordering af, maar het gerechtshof vernietigde dit vonnis en veroordeelde eiser tot betaling van de gevorderde bedragen.
Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding. De procedure kende een schorsing vanwege het faillissement van eiser, maar werd na beëindiging daarvan schriftelijk voortgezet.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 9 juli 2004.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.